Koude kleren 1. Plots alle kleding vervangen.

Koude kleren 1. Plots alle kleding vervangen.

Ik was vorig jaar in de zomer door het omschakelen naar een medisch dieet zoveel afgevallen dat ik in korte tijd twee maten kleiner was.

Eén maat gaat nog. Dan kan ik de helft van mijn kleding nog wel gebruiken. Maar twee maten bleek funest voor alles wat niet voor oversized door kon.

Ik moest in één klap bakken met kleding vervangen.

  • Ondergoed
  • BH’s
  • Hemdjes
  • T-shirts
  • Pyjama’s
  • Leggings
  • Broeken
  • Rokken
  • Winterjas

Mijn sokken, bloezen, truien, zomerjassen, jurken en vesten kon ik wel nog gedeeltelijk gebruiken. Genoeg om mee door te kunnen.

Gelukkig was mijn ondergoed aan vervanging toe.

Lees verder

Buren 2: Zure avonturen met de buren

Buren 2: Zure avonturen met de buren

Ik was pas geleden zó overstuur van hoe naar mensen kunnen wezen.

Toen de nieuwe buren hiernaast introkken heb ik me bij de eerste gelegenheid voorgesteld. Eerst was alleen de man, meneer Haast, aanwezig. Hij was het hele huis eigenhandig aan het renoveren en het tweede wat uit zijn mond kwam was, “ik heb geen tijd.”

Dat werd wel duidelijk. Hij staat nooit stil en dart eindeloos in de straat en achter het huis heen en weer met renovatie motivatie.

Mevrouw Haast ontmoette ik pas toen ik aanbelde om over de schutting te praten, waar ze in de achtertuin duidelijk naar toe aan het werken waren.

Tuurlijk hoeven ze volgens de wet niets met ons te bespreken, maar buren dienen toch elkaar te informeren? Staat dat niet ergens in de inburgeringscursus? Soms schieten die autochtone Nederlanders wel te kort in hun kennis van beschaafd Nederlands gedrag. Laat ze dan op de lagere school zo’n “hoe ben ik een nette buur in Nederland” test doen. Want zij zijn duidelijk niet op de hoogte.

Ploerten zijn er overal. Lees verder

Ontrommelen 4 (van 12): april. Mijn huis is geen museum.

Ontrommelen 4 (van 12): april. Mijn huis is geen museum.

In plaats van een samenvatting van wat ik weg heb gedaan in april (nagenoeg niets), hier een korte blog met nog wat overdenkingen over ontrommelen.

Mijn plichten tegenover de spullen die ik bezit: geen.

Ik heb besloten had dat er veel kwaliteiten aan een ding kunnen zitten, maar dat ik daar voor mezelf geen reden van hoef te maken dat ik ze moet houden of kopen.

Iets kan intrinsiek mooi, goed, ‘handig‘, leuk, gezellig, of zelfs belangrijk zijn. Dat zijn voor mij geen redenen meer om het in mijn bezit te houden.

Lees verder

Bewust ontrommelen: hoe mijn boeken wegdoen geen pijn deed.

Bewust ontrommelen: hoe mijn boeken wegdoen geen pijn deed.

In 2006 heb ik mijn Engelse en mijn Nederlandse encyclopedie weg gegeven. Ik had geen kast meer om ze in te zetten, aangezien mijn ex-man de kasten had meegenomen. Allemaal.

Dus daar lag het dan, mijn hele hebben en houwen op de grond. Inclusief al mijn boeken.

Ik realiseerde me dat ik met een permanente internetverbinding die oude encyclopedieën niet meer gebruikte. Ze namen erg veel ruimte in. Meer dan twintig delen elk, van het ronduit robuuste soort. Prachtig, maar alleen nog geschikt als rots in de branding toen ik ze manshoog tegen de muur opstapelde. Een zout pilaar was er niks bij vergeleken. Als geheel waren ze niet te tillen. Ik vond één deel al zwaar, dus om ze te verplaatsen moest ik 26 keer lopen. Lees verder

De ladedoos van oma.

De ladedoos van oma.

Oma was al vroeg overleden. Ik was 8.

Ik hield van oma. Voor een achtjarige is de wereld maar klein en bestaat enkel uit mensen die met je willen interacteren, of spelen, zoals volwassenen dat noemen.

Oma wou dat wel. Ze leerde me haken en we speelden patience à deux. Oma vond dat ik slim was. Daar vond ze bewijzen voor in mijn prestaties in de spelletjes, en soms, net vaak genoeg, zei ze dat ook. Met 8 jaar was het van veel groter belang dat oma iets in me zag, dan wat dat in het groter geheel moest betekenen, dus ik deed hard mijn best om haar bij spelletjes te verslaan en alle haaksteken perfect uit te voeren. Dat kon ik. Lees verder

Gratis erbij, mevrouw? Nee, dank u!

Gratis erbij, mevrouw? Nee, dank u!

Ik neem sinds een tijdje geen gratis dingen meer aan. Niet in de winkel en niet op straat.

Zelfs de tas die je er bij de duurdere winkels zo lieflijk bij krijgt, geef ik gewoon weer terug aan de kassamedewerker. Belachelijk, dat winkels je ongevraagd nog een een gigantische tas meegeven. Dat mag niet eens meer.

Ik neem absoluut nooit staaltjes of monstertjes aan.

Da’s beter dan de waarheid zeggen, namelijk: “Ik gebruik die troep niet.” Da’s beduidend minder vriendelijk. En zo’n uitdeler staat ook alleen maar gewoon hard te werken om wat centjes te verdienen, dus het is niet hun schuld dat het troep is.

Lees verder